Associated Press meldde op 24 september 2026 dat Starbucks opnieuw een reeks Noord-Amerikaanse vestigingen gaat sluiten. Het is de tweede grote sluitingsronde onder voorzitter en CEO Brian Niccol, die in 2024 aantrad. COO Mike Grams schreef aan medewerkers dat de geselecteerde locaties onvoldoende financiële resultaten leveren of niet de ervaring kunnen bieden die Starbucks voor klanten en medewerkers nastreeft.
De onderneming maakte niet bekend welke vestigingen sluiten. Starbucks verbouwt tegelijk veel bestaande locaties om ze aantrekkelijker te maken. Volgens Grams heeft die voortgang de onderneming een duidelijker beeld gegeven van de prestaties per vestiging: de meeste locaties profiteren, maar een deel blijft achter. Starbucks zegt medewerkers waar mogelijk over te plaatsen en blijft tegelijk van plan het totale aantal vestigingen in Noord-Amerika te laten groeien. De nieuwe sluitingen staan daarmee niet voor volledige terugtrekking, maar voor verdere selectie binnen een breder veranderprogramma.
Waarom maakt een tweede ingreep een verhaal sterker?
Na een eerste ingreep ontstaat in vrijwel iedere organisatie een verklaring voor wat er aan de hand is. Sommige onderdelen presteren onvoldoende, de formule moet duidelijker of de uitvoering moet dichter bij de strategie komen. Wanneer later opnieuw moet worden ingegrepen, lijkt dat nieuwe feit de eerdere verklaring automatisch te bevestigen.
Die samenhang kan juist zijn, maar zij kan ook te snel worden aangenomen. De tweede ingreep kan voortkomen uit hetzelfde probleem, uit nieuwe informatie of uit een criterium dat tijdens de verandering scherper is geworden. Wie iedere nieuwe uitkomst direct onder het bestaande verhaal plaatst, ziet minder goed wat werkelijk is veranderd. De organisatie leert dan niet van nieuwe gegevens, maar gebruikt ze vooral om een eerdere conclusie steviger te laten klinken.
Wanneer wordt een criterium ongemerkt een conclusie?
Een criterium hoort een besluit te toetsen. Financiële prestaties, klantbeleving en de werkbaarheid voor medewerkers kunnen ieder relevante maatstaven zijn. Zodra meerdere criteria tegelijk worden gebruikt, ontstaat echter ruimte voor interpretatie. Een locatie kan financieel achterblijven maar strategisch belangrijk zijn, of een goede klantbeleving bieden terwijl de operationele belasting te hoog blijft.
Onder tijdsdruk worden zulke verschillen gemakkelijk samengevoegd tot één oordeel: deze vestiging past niet meer. Dat oordeel kan bestuurlijk nodig zijn, maar het is geen ruwe waarneming. Het is een interpretatie van verschillende feiten. Als die stap niet zichtbaar wordt gemaakt, kan het team achteraf moeilijk reconstrueren waarom de ene locatie wel en de andere niet is gesloten.
Hoe helpt cognitive-behavioral executive coaching?
Cognitive-behavioral executive coaching binnen Executive Stress Performance traint het onderscheid tussen feiten en interpretaties. Het doel is niet om snelle conclusies onmogelijk te maken, maar om zichtbaar te houden wanneer een conclusie ontstaat. Een leider noteert daarom eerst wat direct meetbaar of publiek vastgesteld is, daarna welke betekenis daaraan wordt gegeven en pas vervolgens welk besluit daaruit volgt.
Een bruikbare vraag is welke nieuwe informatie de huidige conclusie zou kunnen veranderen. Als het antwoord luidt dat geen enkel nieuw feit verschil zou maken, is er waarschijnlijk geen toetsing meer maar verdediging van een gekozen verhaal. Dat hoeft het besluit niet verkeerd te maken, maar het verhoogt wel het risico dat afwijkende informatie te laat wordt gezien.
Ook automatische gedachten spelen een rol. Na een eerdere moeilijke ingreep kan een nieuw tegenvallend signaal onmiddellijk de gedachte oproepen dat opnieuw snel gehandeld moet worden. Die eerste gedachte is informatie over de druk waaronder de leider beslist, niet automatisch informatie over de juiste maatregel. Door kort te vertragen en de feitelijke aanleiding opnieuw te formuleren, ontstaat ruimte om te beoordelen of hetzelfde probleem werkelijk terugkeert.
Welke beslisroutine helpt bij een tweede ingreep?
Begin met een korte beslisnotitie waarin vier zinnen verplicht zijn: welk feit is vastgesteld, welke interpretatie volgt daaruit, welk criterium wordt toegepast en welk besluit ligt daarom voor. De vorm dwingt geen andere uitkomst af, maar voorkomt dat feit en verhaal in dezelfde formulering verdwijnen.
Vergelijk daarna de tweede ingreep expliciet met de eerste. Benoem wat aantoonbaar hetzelfde is, wat nieuw is en welk criterium inmiddels anders wordt toegepast. Zo wordt duidelijk of de organisatie een eerdere koers voortzet of op basis van nieuwe kennis een andere keuze maakt.
Leg ten slotte vast wanneer de resterende onderdelen opnieuw worden beoordeeld en welke signalen tussentijds geen nieuw besluit vereisen. Daarmee voorkomt een leider dat iedere afwijking onmiddellijk als bewijs voor verdere sluiting of bezuiniging wordt behandeld. De organisatie houdt dan ruimte om te leren, terwijl zij tegelijk consequent kan uitvoeren wat al zorgvuldig is besloten.
Bron
Associated PressComponent uit de methode
Cognitive Behavioral Executive CoachingCognitive Behavioral Executive Coaching is de tweede component van Executive Stress Performance. Edgar van Lent werkt hierin aan het herkennen van automatische gedachten onder druk, het onderscheid tussen feiten en interpretaties, besluitvorming bij onzekerheid, omgaan met conflict, perfectionisme en delegatie, en het stoppen van nutteloos piekeren. Het onderscheidende zit in de precisie van de vraag: niet dat iemand minder stress moet hebben, maar waarom één slecht bericht om half negen ervoor zorgt dat het brein tot één uur 's middags met hetzelfde probleem bezig blijft.