Achtergrond

Waarom hard werken geen burn-out veroorzaakt

·6 minuten lezen·Edgar van Lent

In kort bestek

Edgar van Lent stelt dat het aantal gewerkte uren zelden de bepalende factor is bij burn-out. Wie zestig uur per week werkt aan iets waarover hij zeggenschap heeft en waarvan hij het resultaat ziet, houdt dat langer vol dan wie veertig uur werkt zonder invloed op de uitkomst. De drie factoren die in de praktijk wel het verschil maken zijn de verhouding tussen verantwoordelijkheid en bevoegdheid, de aanwezigheid van werkelijk herstel in de week, en de vraag of iemand het effect van zijn werk kan zien. Wie alleen op uren stuurt, verandert de verkeerde variabele.

Het is een hardnekkig idee dat burn-out het gevolg is van te veel werken. Die verklaring is aantrekkelijk omdat zij eenvoudig is en omdat de oplossing er logisch uit lijkt te volgen: minder uren. In de praktijk klopt het beeld zelden. Mensen die zestig uur per week werken aan iets waarover zij zeggenschap hebben, houden dat vaak jaren vol. Mensen die veertig uur werken zonder invloed op de uitkomst, lopen soms binnen achttien maanden vast.

Dat verschil is te verklaren, en het is bruikbaar. Wie begrijpt welke factoren werkelijk meewegen, kan aan die factoren werken in plaats van aan een urental dat bij eindverantwoordelijkheid toch niet realistisch te verlagen is.

De verhouding tussen verantwoordelijkheid en bevoegdheid

Dit is in de praktijk de sterkste voorspeller. Wanneer iemand verantwoordelijk is voor een uitkomst maar niet de middelen of de bevoegdheid heeft om die uitkomst te beïnvloeden, ontstaat een belasting die met rust niet weggaat. Het probleem is niet de inspanning maar de onmogelijkheid om de inspanning te laten aansluiten op het resultaat.

Bij senior professionals is dit het meest voorkomende patroon: veel verantwoordelijkheid, weinig zeggenschap over de eigen agenda. Bij ondernemers en CEO's ligt het anders. Daar is de bevoegdheid er wel, maar is de verantwoordelijkheid onbegrensd; er is geen punt waarop iets het probleem van iemand anders wordt.

De aanwezigheid van herstel

Belasting is geen probleem zolang er herstel tegenover staat. Dat is een fysiologisch gegeven en het geldt zowel voor krachttraining als voor cognitieve inspanning. Wat er in de praktijk misgaat, is dat herstel geen plaats heeft in de week. Het wordt uitgesteld tot het weekend, en van het weekend naar de vakantie.

Twee weken vakantie herstellen een tekort van elf maanden niet. Dat is geen kwestie van wil of van houding maar van verhouding. Wie op reserves loopt, moet het herstel in de week zelf inrichten, en dat is een ontwerpvraag: welk blok in de agenda is hersteltijd, en wat gebeurt er wanneer dat blok onder druk komt.

Zichtbaar resultaat

De derde factor wordt vaak onderschat. Werk dat zichtbaar effect heeft, is minder belastend dan werk waarvan de uitkomst onduidelijk blijft. Dat verklaart waarom een intensieve maand met een duidelijke afronding beter wordt verdragen dan een rustiger periode zonder zichtbaar resultaat.

Voor wie leiding geeft is dit een aandachtspunt bij anderen én bij zichzelf. Reorganisaties, langlopende trajecten en beleidsdossiers zijn precies het type werk waarin het resultaat maanden of jaren onzichtbaar blijft. Dat is een reële belastingfactor en niet een gebrek aan doorzettingsvermogen.

Wat dit betekent voor de aanpak

Wanneer uren niet de bepalende factor zijn, is minder werken ook niet de eerste oplossing. Wat wel werkt, is het in kaart brengen van deze drie factoren. Dat is precies wat een belastinganalyse doet: niet vaststellen dat het te veel is, maar vaststellen waar de belasting werkelijk vandaan komt.

In de praktijk blijkt dan regelmatig dat het aantal uren niet het probleem is, maar de samenstelling ervan. Vier uur besluitvorming onder onzekerheid is niet vergelijkbaar met acht uur uitvoerend werk. Wie op totale uren stuurt, ziet dat verschil niet.

Kennismakingsgesprek

Een gesprek van een half uur waarin de situatie en de vraag helder worden. Daarna weet u of dit past, en zo niet, dan zeg ik dat.